Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

\Poot.

Helaas! Al klonk uw woord zoo lieflijk mij in d'ooren. De wensch die eens mij riep zwijgt nu, bij 't nadren, stil. De boer verhuist niet graag van waar hij is geboren En waar hij 't leven zag is 't dat hij sterven wil.

Pleuntje.

Hoe vreemd 1

van Lodesteijn. Gij moet u thans beraden Waarheen uw lot u drijft, En of voor nieuwe daden De kracht in 't hart u blijft. Geen talmen of versagen, Geen aarzlend half verstaan, Maar naar het licht bij 't dagen Blijmoedig op te gaan.

Poot.

Dit hart is vol vergetelheid,

Vol droom is mijn verlangen, Waarnaar ik d'arm had uitgebreid

Dat vrees ik bij 't omvangen, Toen ik den wensch nog verre vond,

Toen had zij elk vermogen, Maar toen zij kwam en naast mij stond

Toen had zij schreiende oogen.

Wij boeren hooren waar 't ons dringt

En waar wij 't licht ontvingen, Waar niet ons kerkeklokje zingt

Daar zijn wij bannelingen. Wij hooren bij den zwarten grond

Om eeuwig daar te zwoegen, En waar de gouden oogst pas stond

De nieuwe voor te ploegen.

Daar zaaien wij en maaien wij

En binden 't graan tot gerven, Daar bouwen wij en trouwen wij

Op d'akker dien wij erven.

Sluiten