Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En als wij heengaan uit ons kluis

En onze kleine gaarde Dan is het voor een beter thuis

Als 't lichaam keert naar d'aarde.

Van der Dussen. Dit is een zaak aan doornen rijk En haast niet te doorgronden, In heel mijn moeilijke praktijk Heb 'k nooit zoo iets gevonden. Wij moeten thans met zorg en vlijt Ons naarstig gaan beraden Dat nooit een onbedachtzaamheid Ons leiden kan tot schade. Gij speelman, neem uw troon omhoog

(De speelman stijgt op de ton.) En laat een liedje klinken. Heer waard, de kroezen staan al droog, Wij kunnen zóó niet drinken. En moog dan ieder, vrouw of man, Om 'tbest jolijt bedrijven,

(Neemt Pleuntje bij de hand.) Maar haar die raad verschaffen kan Die bid ik hier te blijven.

(De boeren en boerinnen gaan voor den herberg op de banken zitten. De anderen blijven staan.)

Pleuntje.

Ik weet niet...

De Boeren. De gulle gastheer van dit feest Moog steeds in glorie leven. Wat dag is ooit zoo blij geweest Wat dronk zoo rijk gegeven? En als hij straks te slapen ligt, Al voor een blijden morgen, Zijn wijf zij stil, zijn slaap zij licht, Zijn huis zij zonder zorgen.

Sluiten