Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En als hij straks te rusten ligt

Voor een nog blijder morgen, Zijn droom zij schoon, zijn slaap zij licht,

Zijn huis zij zonder zorgen.

TWEEDE BEDRIJF.

Een deftige zaal in het huis van der Dussen. Aan de achterzijde een straatraam. Schilderijen aan den wand.

EERSTE TOONEEL. van der Dussen, van Berkel.

(Van der Dussen en van Berkel treden links binnen, v. d. D. gaat de kamer door en begeeft zich naar de deur rechts en roept).

van der Dussen. Hé, meisje, breng een licht!

(tot van Berkel) Ik wenkte u stil om mee te gaan En liet het niet aan andren blijken. Straks komt de bende ons achteraan Thans is 't nog tijd om rond te kijken.

v. Berkel. Uw wijn is hun te zwaar geweest, Vooral dien dichter uit Abtswoude, Hij zit te gloeien op uw feest Alsof zijn voorhoofd bersten zoude.

v. d. Dussen. Het deert mij om den man in 't end. Hoe anders dan wij eens hem zagen! Hij is die weelde niet gewend; En thans, nu valt zij zwaar te dragen.

Zang (van links komend). Hoe schoon is 'twaar wij samen zijn In houw en trouw, als goede vrinden, Hoe schoon is 'tin den gouden wijn De droomen van zijn hart te vinden, O jé.

Sluiten