Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Of soms hun tong het liegen zou — Helaas 1 't is niet gelogen.

Pleuntje.

Zie! Heel vroeg ben ik opgestaan,

Ik kon op 't licht niet wachten, Steeds droever gingen af en aan

In 't donker mijn gedachten. Ik wist niet wat ik wilde of zocht,

Of wat ik kon verwerven, Maar 't riep mij, als tot langen tocht

Als iets dat niet wou sterven. En toen ik voortschreed op mijn pad,

Het veld lag in den douwe. Hoe haatte ik die groote stad

Met al haar prachtgebouwen! En toen ik door de poorte ging,

Hoorde ik de klokken zingen, Zoo lieflijk als een mijmering

Van lang verloren dingen. De menschen, die ik naar u vroeg,

Die keken me aan en lachten. Ik weet niet wat om 't hart mij sloeg

En weet niet wat zij dachten. En hier om 't huis ben 'k omgegaan

En wilde toch ervaren Hetgeen men U had aangedaan

En wie uw vrienden waren. Helaas 1 vol schande stond ik hier

En voelde 't hart versagen, Beleedigd als een deerne schier —

En mocht mij niet beklagen!

Poot

En zij, die spraken, laat en vroeg,

Van alle mijne schanden, Vertelden ze ook wat pijn ik droeg

Welk vuur ik voelde branden? Verhaalden ze ook hoe droef ik leed

Om wat ik heb versmeten, Terwijl juist dat mij vluchten deed

Naar wat mij liet vergeten?

Sluiten