Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had nog nooit zoo'n mooi gebouw gezien. Menschen gingen er binnen en kwamen weer buiten. En eens was de deur opengelaten. Ik sloop naar binnen, en zag, dat de muren met schilderijen van koningen en keizers bedekt waren en er waren roode gordijnen voor de ramen, met franje er aan, -p^-nu begrijpt u wat ik bedoel. Ik — {breekt^ien seringejpoifg af die hij onder de neuSydïan de freule^orengt) — ik was nooit in het slot geweest, had nooit iets anders dan de kerk gezien — maar dit was mooier; en hoe mijn gedachten ook gingen, altijd eindigden ze daar. En langzaam kwam een verlangen op, één maal heel de betoovering er van te ondervinden — en ik sloop binnen, zag en bewonderde. Maar daar komt iemand! Er was maar één uitgang voor de voorname menschen, maar voor mij was er nog een en ik had geen keus!

(De freule die de sering genomen had, laai die op tafel vallen).

Jean.

Toen zette ik het op een loopen, stortte door een haag van kruisbessen, stormde over een bed aardbeien en kwam het rozenterras pp. Daar zag ik een hei-rood kleed en een paar witte kousen — dat was u. Ik ging liggen onder een bosch onkruid, er onder, begrijpt u, onder distels die staken en vochtige aarde, die stonk. En ik zag u, hoe u tusschen de rozen ging en ik dacht: wanneer het waar is dat een roover in de hemel komen en bij de engelen blijven kan, dan is het vreemd, dat niet het kind van een dienstman hier op God's aarde in het slotpark komen en met de dochter van de graaf spelen kan!

Sluiten