Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uw troon en leggen verlegen hun schatting op uw tafel — u kunt u niet voorstellen, hoe de menschen sidderen, wanneer zij de rekening krijgen — ik zal de nota zouten en u zult die, met uw mooiste glimlach, suikeren. — Kom, laat ons van hier wegreizen — {krijgt **» spoorboekje uil zijn zak) — dadelijk! met de volgende trein! —> We zijn in Malmö om zes uur dertig; Hamburg acht uur veertig morgen-ochtend; Frankfort—Basel één dag, en in Como, met de Gotthard-baan in, laat eens zien, drie dagen. Drie dagen!

De freule.

Dat is alles goed en wel! Maar Jean — je moet mij moed geven — zeg, dat je van me houdt! Kus mij!

Jean (weifelend).

Ik wil wel — maar ik durf niet. Niet meer hier in huis. Ik hou van u — zonder twijfel'— kunt u daaraan twijfelen?*

De freule '(schuchter, echt vrouwelijk).

— U! — Zeg „je"! Tusschen ons zijn geen grenzen meer! — Zeg „je".

Jean (pijnlijk).

Ik kan niet. Er zijn nog grenzen tusschen ons, zoolang wij in dit huis zijn — daar is het verleden, daar is de graaf — en ik heb nooit iemand ontmoet, voor wie ik zooveel ontzag, heb — ik hoef maar zijn handschoenen op een stoel te zien liggen, dan voel ik mij klein

— ik hoef maar de bel te hooren, daarboven, dan schrik ik op als een schuw paard — en nu

Sluiten