Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik geloof dat, als de graaf nu kwam en mij zou bevelen mijn hals af te snijden, ik het dadelijk zou doen.

De freule.

Doe dan alsof jij hem en ik jou was! — Je kon straks immers zoo goed spelen, toen je op je knieën lag — toen was je de edelman — of — heb je nooit in een theater de magnetiseur gezien? — (Toestemmende geste van Jean).

— Hij zegt tot het subject: neem de bezem; hij neemt hem; hij zegt: veeg! en hij veegt...

Jean.

Dan moet de ander immers slapen!

De freule (extatisch).

Ik slaap al — heel de kamer is voor mij als een rook — en jij lijkt een ijzeren kachel — die op een zwart-gekleede man met hooge hoed lijkt — en je oogen glanzen als de kolen, wanneer het vuur uitgaat — en je gezicht is een witte vlek, als van de witte asch — (de zonneschijn valt nu over de vloer en belicht Jean).

— het is zoo warm en goed (zh' wrijft zich de handen, of zij ze warmde voor een vuur). — en zoo licht — en zoo rustig!

Jean (neemt het scheermes en geeft het haar in de hand).

Daar is de bezem. Ga nu waar het licht is — in de schuur — en (fluistert haar iets in hel oor).

De freule (wakker).

Dank je. Nu ga ik ter ruste. Maar zeg mij nog — dat ook de eersten het geschenk van

Sluiten