Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het woord karakter heeft in de loop van de tijd meervoudige beteekenis gekregen. Oorspronkelijk heeft het wel de overheerschende trek in een ziele-complex beteekend en het werd met temperament verward. Daarna werd het de uitdrukking van de middenstand voor het automatische, zoo dat een individu, die eens voor altijd bij z'n grond-natuur was stil blijven staan of zich aan zekere rol in het leven had aangepast en opgehouden had zich te ontwikkelen, in één woord „karakter" werd genoemd. En hij bij wie de ontwikkeling op de voorgrond trad, de handige schipper op de levèns-zee die niet met strakke schoot zeilt, maar bij windvlagen viert om dan weer sterker aan te halen, noemde men „karakterloos", in minachtende beteekenis natuurlijk, omdat het zoo moeilijk was hem te vatten, hem te registreeren en op hem acht te geven. Dit burgerlijk • begrip van de ohbewegelijkheid der ziel werd naar het tooneel overgebracht, waar het burgerlijke altijd heeft geheerscht. Een karakter werd daar een heer, die vlug en vlot was, die onveranderlijk dronken, schertsend of bedroefd op-trad. En om te karakteriseeren hoefde men slechts het lichaam een gebrek te geven, een horle-voet, een roode neus, een houten been, of men liet de personen een vaste uitdrukking zeggen als: „dat is galant", „Barkis is bereid" of iets dergelijks. Deze wijze van de menschen een-voudig te zien is nog bij de groote Molière in gebruik. Harpagon is alleen maar gierig, terwijl hij gierig had kunnen zijn als voortreffelijk financier, als goed vader, goed burger; en, wat erger is, zijn gebrek is uiterst gunstig voor zijn schoonzoon en zijn dochter, die van

Sluiten