Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Christien ten slotte is een vrouwlijke slaaf, vol onzelfstandigheid, botheid die zij voor de kachel heeft opgedaan, volgepropt met moraal en godsdienst als dekmantel en zondebok. Zij gaat ter kerk om er gemakkelijk van Jezus aflaat voor haar diefstallen in huis te krijgen en een nieuwe lading schuldeloosheid in te nemen. Overigens is zij een bij-figuur en daarom opzettelijk maar schetsmatig gegeven, zooals ik het met de geestelijke en de dokter in „De Vader" ■ gedaan heb, omdat ik juist alledaagsche menschen hebben wilde, als geestelijken en doktoren op het land meestal zijn. En dat deze bij-figuren sommigen te abstract waren, ligt hierin, dat alledaagsche menschen abstract zijn in de uitoefening van hun beroep, dat wil zeggen: onzelfstandig, daar zij, zoolang zij in de uitoefening van hun beroep zijn, maar één zijde toonen, en zoolang de toeschouwer geen behoefte heeft, hen van meerdere zijden te zien, is mijn abstracte teekening tamelijk voldoende.

Wat ten slotte de dialoog betreft: ik heb eenigszins met de traditie gebroken, in zooverre dat ik van mijn personen geen katecheten gemaakt heb, die domme vragen zitten te doen om een vaardig antwoord uit te lokken. Ik heb het symmetrische, wiskundige uit de constructie der Fransche dialoog vermeden en de hersenen onregelmatig laten werken zooals zij in werkelijkheid doen, daar immers in een gesprek geen onderwerp geheel wordt uitgeput, maar het eene brein in het andere als 't ware een tandrad vindt, waar-in het grijpen kan. En daarom is ook de dialoog zwervende, voorziet zich in de eerste scène's van een materiaal, dat dan be-

Sluiten