Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in 1872 nam ik in een van mijn eerste tooneelproeven, „de Vredelooze", met deze geconcentreerde vorm de proef, ofschoon met weinig succes. H et stuk was geschreven in vij f actes en lag gereed, toen ik er de versplinterde, onrustige werking van in-zag. Het werd verbranden uit de asch kwam één enkele, groote, opnieuw-bewerkte acte te voorschijn, van vijftig bladzijden druks, die een heel uur speeltijd nam. De vorm is dus niet nieuw, maar schijnt een eigenaardigheid van mij te zijn en heeft misschien door verandering van smaak kans om aan de eischen van de tijd te voldoen. — Mijn bedoeling was voor alles om een publiek zóó op te voeden, dat het een één-acter, die een geheele avond vult, kan uitzitten. Maar dat eischt eerst onderzoek. — Om intusschen aan publiek en tooneel rust-poozen te geven, zonder het publiek aan de sfeer te onttrekken, heb ik tot drie kunstvormen mijn toevlucht genomen, die allen tot de dramatiek behooren, n.1. de monoloog, de pantomime en de dans, die oorspronkelijk uit de antieke tragaedie zijn, daar de monodie nu tot monoloog, het koor tot dans wordt.

De monoloog is door onze realisten, als onwaarschijnlijk, in de ban gedaan, maar wanneer ik die motiveer, maak ik haar waarachtig en kan haar dan gebruiken met voordeel. Het is immers niets onwaarachtigs dat een redenaar alleen in zijn kamer heen en weer loopt en zijn rede luid-op leest, niets onwaarachtigs, dat een tooneelspeler zijn rol luid-op doorneemt, dat een dienstmeid praat met haar kat, een moeder met haar kindje babbelt, een oude-jongejuffrouw tegen haar papegaai snatert, een slapende in zijn slaap spreekt. En om aan de tooneelspeler

Sluiten