Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terre staan, zal wel voorloopig nog storend werken.

Wanneer ik nog van het grimeeren spreken wil, waag ik hét niet, te hopen dat de dames naar mij zullen luisteren, die liever mooi dan waarschijnlijk willen zijn. Maar de tooneelspeler kon er toch aan denken, of het voor hem voordeelig is, bij het grimeeren het gezicht een abstracte uitdrukking te geven, die als een masker blijft. Denken wij ons een heer, die met roet een scherp-cholerische trek tusschen de oogen te-weeg brengt, en nemen wij aan dat hij zoo, voortdurend boos van uiterlijk, bij een antwoord lachen moet. Welk een verschrikkelijk grimas moet dat worden ? En hoe kan een valsch voorhoofd, blank als een billardbal, gerimpeld worden, wanneer de oude man boos wordt?

In een modern, psychologisch drama, waar de fijnste roeringen der ziel meer door het gelaat dan door geste en wezen aangeduid moeten worden, zou het wel het beste zijn, een proef te nemen met sterk zij-licht op een klein toonéfel en met ongeschminkte of ten minste zoo weinig mogelijk geschminkte tooneelspelers.

Konden wij dan van het zichtbare orkest, met zijn storend lamplicht en de naar het publiek gekeerde gezichten, nog bevrijd worden; verhoogden wij het parket zoodat de oogen der toeschouwers hooger kwamen dan de knieën der tooneelspelers; konden wij de loges op het proscenium („de koeieoogen") met haar grijnzende diner- en souper-menschen, afschaffen, en daarbij een volkomen duister in de zaai hebben gedurende het spel, dan zou wellicht een nieuwe dramatiek opkomen en het tooneel ten-minste weer een genoegen voor ontwikkelden

Sluiten