Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

direct aangeven, welke waarde een straler als lichtbron bezit. Zoo zal eene lamp, die één watt als trillingen met eene golflengte h = 0,65 m uitzendt, slechts 0,115 maal zooveel licht geven als eene andere, die één watt als trillingen met ^ = 0,558 fi uitzendt.

Geeft de lamp geen monochromatisch licht, dan kan men de lichtwaarde ervan op de volgende wijze bepalen.

Men teekent de emissiekromme als functie van de golflengte (fig. 5) en verdeelt deze in strookjes. De oppervlakte van elk strookje geeft aan hoeveel energie er in dat golflengtegebied wordt uitgezonden. Vermenigvuldigt men deze met de zichtbaarheid van deze stralen, dan verkrijgt men een getal, dat aangeeft, welke verlichtingswaarde de straling heeft. Neemt men de som hiervan voor alle strookjes, dan kan men die als een maat beschouwen voor de lichtstraling van de lichtbron.

Wanneer men van verschillende lichtbronnen de energieverdeeling over het spectrum kent, dan kan men met behulp van de zichtbaarheid der straling hunne waarde als lichtbron vergelijken.

De grootst mogelijke lichtwerking verkrijgt men, wanneer de energie uitsluitend als golven met eene golflengte l = 0,558,« wordt uitgestraald en men zou zeer goed de hoeveelheid licht, die overeenkomt met 1 watt van deze golflengte, als lichteenheid kunnen aannemen. Dan zouden de

Sluiten