Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op de fotometerbank bevinden zich nog drie electrische meet-instrumenten; 1 dient om de stroomsterkte van de standaardlamp in te stellen, 2 en 3 om den stroom en de spanning , van de te onderzoeken lamp te meten. Met behulp van regelbare weerstanden kan men dezen elke gewenschte waarde geven.

Het fotometreeren komt nu hierop neer, dat men den stand van den fotometer opzoekt, waarbij de helderheid van de beide kanten van de gipsplaat dezelfde wordt. De verlichting van den linkerkant is bekend. Meet men nu den afstand r van de lamp R tot de gipsplaat, dan kan men L R

met behulp van de formule — r~g de lichtsterkte van R bepalen.

3. Kaars en lumen.

Wij willen nu nauwkeuriger nagaan, wat men eigenlijk onder de lichtsterkte van eene lamp verstaat. Daartoe denken wij ons om de lichtbron een bol met 1 meter straal beschreven en beschouwen een klein vlakje van 5 vierkanten meter op het boloppervlak. De hoeveelheid licht, die door 5 naar buiten stroomt, of zooals men vaak zegt „den lichtstroom door 5", willen wij F noemen; de lichtsterkte van de lichtbron in de richting S

is dan gelijk aan -k-, dus gelijk aan den licht-

Sluiten