Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stroom door de oppervlakte-eenheid (1 M2) van den eenheidsbol in de richting 5.

De hoeveelheid licht, die eene lamp van één kaars door de oppervlakte-eenheid van den eenheidsbol uitstraalt, noemt men een lumen.

Is de lichtsterkte in alle richtingen even groot en gelijk aan 1 kaars, dan wordt door eiken M2. van den eenheidsbol 1 lumen uitgestraald. De totale lichtstroom bedraagt in dat geval dus 4TT = 12.57 lumen.

Lichthoeveelheden of lichtstroomen worden dus in lumen uitgedrukt. De kennis van het aantal lumen, dat eene lamp geeft, is vaak belangrijker dan die van de lichtsterkte in kaarsen.

Het volgende voorbeeld zal ons dit duidelijk

Fig. 13.

Sluiten