Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pen geven in horizontale richting 50 kaarsen.

De lamp A zal naar alle richtingen evenveel licht uitstralen. Bij B is dat geenszins het geval. In verticale richting zal zij in het geheel geen licht geven, terwijl de lichtsterkte in eene willekeurige richting evenredig is met de schijnbare lengte van den draad, wanneer wij dezen vanuit de betreffende richting zien.

De lichtsterkte onder een hoek qp met de loodlijn op den draad wordt dus 50 cos <t kaarsen.

In de rechterhelft van fig. 14 is de lichtsterkte in elke richting grafisch voorgesteld. Het is duidelijk, dat de totale hoeveelheid licht, die de lamp A uitzendt, grooter is dan die van B. Eene eenvoudige berekening leert, dat A 4 n 50 = 628 lumen geeft en B slechts n2 50 ss 494 lumen. Toch zou men beide lampen met eenig recht 50 kaarslampen mogen noemen.

De lichtsterkte in ééne bepaalde richting is dus geen maat voor de hoeveelheid licht, die eene lamp levert; daartoe moet men den lichtstroom in lumen geven.

Het belang van deze kwestie is men eerst in den laatsten tijd meer algemeen gaan inzien en vooral in Amerika en in Engeland worden op het oogenblik van verschillende kanten pogingen in het werk gesteld om de lumen populair te maken.

In plaats van den totalen lichtstroom kan men ook de gemiddelde (sferische) lichtsterkte beschouwen. Daaronder verstaat men het gemid-

V.U.B.-IV. 3

Sluiten