Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

delde der lichtsterkten over alle richtingen genomen, of juister den gemiddelden lichtstroom door 1 M2. van den eenheidsbol. Zij is dus gelijk

aan -— maal het aantal lumen, dat de lamp geeft

en wordt in kaarsen uitgedrukt. In het boven besproken geval van het .bolletje en den recht uitgespannen draad bedraagt de gemiddelde lichtsterkte 50, resp. 39.25 kaarsen.

4. Het Rousseau-diagram.

Kent men de lichtsterkte van eene lamp in verschillende richtingen, dan kan men gemakkelijk den totalen lichtstroom of de gemiddelde sferische lichtsterkte vinden. Daartoe heeft men slechts de hoeveelheid licht, die door ieder kegeltje uitstroomt, te bepalen en hiervan de som te nemen. Is delichtverdeeling symmetrisch om eene as, hetgeen bij de meeste lampen bij groote benadering het geval is, dan kan men de sommeering gemakkelijk grafisch uitvoeren. Nemen wij als voorbeeld een recht uitgespannen draad, die in de richting loodrecht op den draad eene lichtsterkte van 50 kaarsen geeft.

Wij denken ons om de lamp weer een bol met 1 M. straal aangebracht en verdeelen het boloppervlak in een groot aantal, bijv. 20 ringen van gelijke breedte b. In fig. 15 stelt de groote halve cirkel de doorsnede van dien bol met het vlak van teekening voor. De lichtstroom door eiken ring is bij groote benadering gelijk aan het

Sluiten