Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

delde lichtsterkte in den ondersten halven bol te kennen. Dat is in het bijzonder het geval voor lampen, die voor straatverlichting dienen. Het naar boven uitgezonden licht gaat hier verloren en is dus voor ons niet van belang. De gemiddelde lichtsterkte in den ondersten halven bol, de zoog. gemiddelde hemisferische lichtsterkte / 573 kan men eveneens uit het Rousseau-diagram vinden ; zij is gelijk aan het gedeelte van het oppervlak beneden de lijn RS.

De gemiddelde hemisferische lichtsterkte is gelijk aan den lichtstroom in den ondersten halven bol gedeeld door 2 w. In fig. 16 vindt men lichtverdeelingskromme en Rousseau-diagram voor eene halfwatt-lamp van 1500 watt in armatuur met reflector.

5. De bol van Ulbricht.

Om de gemiddelde lichtsterkte of den totalen lichtstroom te bepalen, is het niet noodig de lichtsterkte in eene reeks richtingen te meten; men kan ze door eene enkele meting vinden met behulp van den fotometerbol van Ulbricht (fig. 17, pl. II). Deze bestaat uit een grooten, van binnen mat wit geschilderden bol, waarin de lamp gehangen wordt.

Bij M is eene melkglazen plaat aangebracht, waarvan men de verlichting met een fotometer meten kan. Een scherm S zorgt er voor dat geen direct licht van de lamp op het melkglas valt.

Sluiten