Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kaars genomen wordt. Met het oog op het veelvuldig vernieuwen der lampen zal men de lampen bij voorkeur op ongeveer 3 watt per kaars laten branden, doch ook dan is het nog noodig elke 600 uur eene nieuwe lamp te nemen.

De meeste kooldraadlampen worden dan ook zoo vervaardigd, dat zij op ongeveer 3—3,5 watt per kaars branden.

5. De straling van gloeilampenkool.

De straling van kool is niet geheel bekend. Men kent niet, zooals voor het zwarte lichaam, het emissievermogen als functie van de golflengte en de temperatuur. In het zichtbare spectrum schijnt de energieverdeeling ongeveer dezelfde te zijn als voor het zwarte lichaam, echter met dien verstande, dat zij bij alle temperaturen en golflengten er hetzelfde breukdeel van bedraagt. Dit breukdeel is verschillend voor verschillende koolsoorten ; voor de niet gepraepareerde zwarte kool is het ongeveer 95%, voor de gepraepareerde grijze koolbeugels 70%.

Daar men de eerste soort bijna niet meer gebruikt, zullen wij verder alleen over de grijze kool spreken.

Deze geeft dus per cM2. ongeveer 70% van het licht, dat een zwart lichaam van dezelfde temperatuur uitzendt.

Hiervan kunnen wij nu gebruik maken om de temperatuur van den gloeidraad te berekenen;

Sluiten