Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zooveel licht als een zwart lichaam en heeft daarvoor slechts 0,59 maal zooveel energie noodig. Bij eene zelfde toegevoegde energie zal een 70

kooldraadlamp dus = 1,19 maal zooveel licht geven.

Bij de metaaldraadlampen zullen wij dit verschijnsel wederom aantreffen. Kool en de meeste metalen stralen in het zichtbare gedeelte van het spectrum een grooter percentage uit dan in het infraroode en hebben daardoor als lichtbron een hooger nuttig effect dan een zwart lichaam van dezelfde temperatuur.

Ideaal zou in dit opzicht een straler zijn, die in infrarood in het geheel niet straalt. Er zijn enkele stoffen bekend, die dit ideaal veel dichter benaderen dan kool en de metalen. Daartoe behoort onder anderen de Auermassa, waarvan de gasgloeilichtkousjes vervaardigd zijn. Aan deze eigenschap, de uitgesproken sterke straling in het zichtbare spectrum en de geringe straling in infrarood, heeft het gasgloeilicht dan ook zijn succès te danken.

6. De afmetingen van den gloeidraad.

Met behulp van de gegevens van tabel VI kan men bepalen, welke lengte en dikte de draden in eene kooldraadlamp moeten hebben.

Wij willen dit narekenen voor eene lamp voor 110 volt en 16 kaarsen, die op 3,5 watt/kaars

Sluiten