Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

draadlamp beteekende. Het osmium heeft slechts een geringen electrischen weerstand en daar het niet gelukte draden dunner dan ongeveer 0,2 mM. te vervaardigen, kon men geen lampen voor hooge spanningen en kleine lichtsterkten maken. Deze eigenschap en de groote zeldzaamheid van het metaal zijn wel de voornaamste redenen geweest, dat deze lamp geen uitgebreider toepassing gevonden heeft.

Ongeveer terzelfder tijd werd in het laboratorium van de bekende fabriek van Siemens en Halske onder de leiding van Werner von Bolton de tantaaldraadlamp uitgewerkt. Het metallische tantalium laat zich in tegenstelling met osmium zeer goed bewerken en kan tot dunne draden worden uitgetrokken, zoodat het gelukte lampen voor alle gebruikelijke spanningen te vervaardigen. De economie was ongeveer dezelfde als die van de osmiumlamp en bedroeg 1,6—1,8 watt per kaars. De tantaallamp is langen tijd in gebruik geweest en eerst langzamerhand door de wolfraamlamp verdrongen.

De eerste wolfraamlamp werd in 1903 door A. Just en F. Hanaman vervaardigd. De door hen toegepaste methode is zeer interessant. Zij gingen uit van een kooldraad, die in eene atmosfeer van wolfraam-oxychloride en een weinig waterstof aan het gloeien werd gebracht. De koolstof verbindt zich met de zuurstof van het oxychloride; hierbij komt wolfraam vrij, dat

Sluiten