Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nauwkeurig bekend. In de figuur is de verdampingssnelheid mede voorgesteld. Men ziet, dat deze met toenemende spanning buitengewoon snel toeneemt, zoodat bij eene overspanning van slechts 5% de verdampingssnelheid reeds ver-

I dubbeld is.

De verdampte wolfraamdeeltjes bewegen zich in rechte lijn naar den ballonwand, waarop zij zich vastzetten in den vorm van een grauw neerslag. Het wolfraamlaagje op den wand is zeer dun. Het absorbeert reeds 20% van het licht, wanneer de dikte nog slechts 7a 8 molekulen bedraagt.

Evenals bij de kooldraadlamp bepaalt dus de verdampingssnélheid weer de hoogste temperatuur, waarop de lamp veilig mag branden. Deze

I bedraagt ongeveer 2300—2350 graden; het nuttig effect is dan 1,2—1 watt per kaars. De licht-

{ sterkte valt bij deze belasting eerst na 800—1000 branduren op 80% der oorspronkelijke terüg.

Bij wolfraamlampen neemt de weerstand sterk met de temperatuur toe. In gloeienden toestand is die ongeveer 13 maal zoo groot als bij kamertemperatuur. Het gevolg van deze sterke toename is eene veel geringere gevoeligheid voor spanningsvariaties dan bij de kooldraadlampen. Stijgt de spanning van het net, dan neemt ook de stroom door den gloeidraad toe. Deze wordt warmer en verkrijgt een grooter weerstand. De lamp verzet zich dus min of meer tegen het opnemen van meer energie. Het gevolg daarvan is,

V.UB-1V. 5

Sluiten