Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tief meer gaat uitstralen, in het zichtbare spectrum daarentegen relatief minder.

Het gevolg daarvan is, dat het nuttig effect van wolfraam als lichtgever, met toenemende temperatuur steeds meer tot dat van het zwarte lichaam nadert. Het blijft echter belangrijk gunstiger. Dit eigenaardige gedrag komt goed uit in fig. 26, waarin het aantal lumen, dat men voor ééne watt kan krijgen voor het zwarte lichaam, voor kool en voor wolfraam als functie van de temperatuur grafisch is voorgesteld.

De eigenschap, dat het emissievermogen in het verre infrarood met toenemende temperatuur grooter wordt, heeft wolfraam met de andere metalen gemeen.

Men kan uit de electriciteitstheorie afleiden, dat er althans voor de zéér groote golflengten een verband moet bestaan tusschen het absorptie vermogen van een metaal en zijn electrischen weerstand, en wel zoodanig, dat de slechtst geleidende metalen het grootste absorptievermogen hebben. Nu wordt voor alle metalen met toenemende temperatuur het electrische geleidingsvermogen kleiner en daarmede neemt het absorptie vermogen toe; het metaal gaat dus relatief méér stralen.

Dit geldt echter sléchts voor de langste golven; zooals uit fig. 25 blijkt, gaat voor wolfraam deze toename reeds bij golflengten kleiner dan 1,27 fi in eene afname over. Tot nu toe kent men

Sluiten