Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaslaagjes er om, op schaal geteekend. Beschouwt men voor de beide draden een even groot oppervlak, dan ziet men, dat de warmte, afgegeven door den dikken draad, zich door een betrekkelijk lang smal strookje een weg moet banen, terwijl bij den dunnen draad een korter en breeder weg openstaat. Het ligt dus voor de hand, dat van den dikken draad veel minder warmte wordt weggeleid. De dikte van het stilstaande laagje bedraagt enkele millimeters.

Na het voorgaande is het gemakkelijk in te zien, dat wanneer men den langen dunnen draad tot eene spiraal opwikkelt, de warmte afgifte veel kleiner moet worden en wel ongeveer even groot als voor een korten dikken draad, waarvan lengte en diameter dezelfde zijn als die van de spiraal. Daar nu de lengte van de spiraal meest niet veel meer dan het zesde gedeelte bedraagt van de totale draadlengte, kan men door het spiraliseeren het warmteverlies tot 10—20% terugbrengen. Toch blijft dit verlies nog vrij grqot. Om de spiraal van eene halfwatdamp voor 1000 kaarsen op de juiste temperatuur te brengen, zijn noodig :

in een vacuüm 430 watt

in stikstof 500 „

in argon 480 „

Bij de lampen met dunner draad is het energieverhes door het gas veel belangrijker. In stikstof is het ongeveer 1,5 maal zoo groot als in argon, zoodat voor de kleinere lampen uitsluitend argon

Sluiten