Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6. De straling van wolfraamspiralen.

Dat inderdaad het spiraliseeren van den draad nadeelig is voor de omzetting van electrische energie in licht, moge uit het volgende blijken.

Fig. 34, pl. IV, toont ons eene fotografie van de spiraal in eene gloeiende halfwatdamp; men ziet, dat het midden van den draad minder fel gloeit dan de randen en de binnenkant van de spiraal. Men heeft wel eens gedacht, dat men hieruit af mocht leiden, dat de temperatuur daar hooger was dan die in het midden. Dit is echter niet juist en de verklaring van het verschijnsel is eene geheel andere. Bij de bespreking van de stralingsverschijnselen hebben wij onder anderen de straling van een wigvormig omgebogen metalen plaatje besproken. De buitenkant zond daarbij minder licht uit dan de binnenkant; deze laatste straalde als een zwart lichaam. De windingen van eene spiraal vormen nu ook, zij het ook zeer onvolkomen, zulke wigvormige ruimten en dé straling van de randen van den draad en de binnenkant der spiraal nadert dus min of meer tot die van een zwart lichaam.

Het emissievermogen voor wolfraam is ongeveer 44% van dat van het zwarte lichaam. Het reflectievermogen bedraagt 0,56. Wanneer het licht van eene winding op de er naast liggende valt, dan zal 56% er van teruggekaatst wörden. De emissie daar ter plaatse wordt dus minstens 0,44 + 0,56 X 0,44 = 0,69 maal die van een

Sluiten