Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VI.

De booglamp.

1. Inleiding.

erwijl bij de gloeilampen de electnscne keten een gesloten geheel vormt, is zij bij de booglampen tusschen de beide electroden onderbroken. Aan

de onderbrekingsplaats moet de stroom zich een weg banen door de lucht, het gas of de damp, die zich tusschen de electroden bevindt. Daar ter plaatse ontstaat de lichtboog. Het kan nu voorkomen, dat daarbij, zooals bij de gewone koolbooglamp, de electroden op hooge temperatuur verhit worden en licht geven. Wij hebben dan evenals bij de gloeilampen met de straling van vaste lichamen op hooge temperatuur te doen. Het is echter ook mogelijk, dat het gas of de damp tusschen de electroden het meeste licht geeft. Deze straling is dan niet het gevolg van de hooge temperatuur van die gassen; zij wordt veroorzaakt door de electrische stroomen, die door het gas gaan. Zij zal dus niet in de eerste plaats van de temperatuur afhangen, doch veel-

Sluiten