Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ioniseeren, en daarvoor dient nu juist de gloeiende kathode.

Vlak vóór de kathode maakt de potentiaalverdeeling een sprong, zoodat de + ionen, die zich daarheen bewegen op het laatste oogenblik versneld worden en met groote snelheid tegen de kathode botsen. Hunne energie wordt daarbij grootendeels in warmte omgezet, zoodat de kaI thode bij niet te kleine stroomsterkten gloeiend I blijft. Wanneer + ionen met voldoende snelheid tegen een metaal of tegen kool stooten, kunnen zij er echter ook direct electronen uit vrij maken en het is dus zeer wel mogelijk, dat de electronenemissie van de kathode door twee werkingen wordt veroorzaakt: le door de hooge temperatuur, 2e door den stoot der -f- ionen. Welke werking de belangrijkste is, is niet met zekerheid beI kend.

3. Temperatuurstraling en luminescentie.

Evenals aan de kathode treedt ook aan de anode een potentiaalsprong op met het gevolg, dat deze door de negatief geladen deeltjes, die er zich heen bewegen, met groote snelheid wordt getroffen. Bij de gewone koolbooglamp bedraagt de sprong bij de kathode ongeveer 5 volt, die aan de anode 30 volt. De laatste wordt dus veel I warmer. Hier is het dan ook niet de boog, doch i het gloeiende anode-einde, de anode-krater, die | het licht geeft. Wij hebben hier,dus evenals bij

V.U.B.-IV. 7

Sluiten