Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de gloeilampen met de straling van kool bij zeer hooge temperatuur te doen. De boog is slechts het middel om de koolspits aan het gloeien te brengen. De temperatuur wordt hierbij veel hooger dan in de gloeilampen. De helderheid van den krater bedraagt 15000 kaarsen van 1 cM2. Neemt men aan, dat de straling 90% van die van een zwart lichaam van dezelfde temperatuur bedraagt, dan zou de temperatuur 3750° bedragen, De negatieve spits wordt lang niet zoo warm; 85% van het licht wordt door de anode, 10% door de kathode en 5% door den boog zelf uitgestraald.

Bij deze hooge temperatuur verdampt de koolstof zeer snel, terwijl ook de ionen, die met groote snelheid de electroden treffen, er deeltjes van los kunnen slaan, zoodat er steeds in den boog eene groote hoeveelheid kooldamp aanwezig is. Deze straalt slechts weinig in het zichtbare spectrum, zoodat het nuttig effect door het verlengen van den boog niet verbeterd kan worden. Te klein mag men den afstand der spitsen echter ook niet maken, daar dan de kathode een te groot deel van het door den anode-krater uitgestraalde licht onderschept.

Heel anders worden de verschijnselen, wanneer men spitsen gebruikt, die uit een mengsel van kool en verschillende metaalzouten bestaan. Door de hooge temperatuur verdampen de zouten; zij kunnen, in den boog gekomen, dezen een

Sluiten