Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stand van den boog eene bepaalde waarde doen aannemen (flg. 42).

Bij de eerste soort bevindt zich eene magneetspoel evenwijdig aan den boog geschakeld. Zoodra de stroom ctoor den boog door het toenemen van den afstand der koolspitsen te klein wordt en dus de spanning aan den boog toeneemt, gaat er meer stroom door deze spoel. Zij trekt de kern aan en verkleint daarmede weer den afstand der spitsen.

Op een dergelijke wijze werken ook de mechanismen II en III, waar de spoel in serie met den boog is aangebracht, resp. waarbij 2 spoelen aanwezig zijn, waarin de stroomen evenredig zijn met den stroom door den boog resp. met de spanning tusschen de spitsen.

Wil men meer dan ééne lamp achter elkaar op dezelfde spanning branden, dan komen slechts de eerste en derde regelwijze in aanmerking. Gaat hierbij eene der lampen uit, dan blijven de andere branden, daar de stroom door de aan den boog parallel geschakelde magneetwikkeling blijft vloeien. Hierbij ontstaat echter gevaar voor eene te groote verwarming van die magneetspoel, zoodat men vaak nog een vervangingsweerstand in de lamp inbouwt, welke automatisch wordt ingeschakeld. De stroom kan dan langs dezen weg vloeien, waardoor een doorbranden van de magneetspoel voorkomen wordt.

Bij de vrij in de lucht brandende kolen worden

Sluiten