Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de lichtbron L. Met behulp van een spiegel kan men aan de lichtstralen dus elke gewenschte [richting geven. Neemt men in plaats van een [vlakken spiegel een gebogenen, dan kan men dezen beschouwen te zijn opgebouwd uit een [zeer groot aantal kleine platte vlakjes en elk ; dezer zal het opvallende licht terugkaatsen, [waarbij de teruggekaatste straal weer schijnbaar van het spiegelbeeld van de lichtbron uitgaat. Zoo kan men bijvoorbeeld maken, dat alle stralen, die op den spiegel vallen, na de terugkaatsing dezelfde richting krijgen. Men moet er dan voor zorgen dat elk element van den spiegel loodrecht staat op de lijn, die den hoek tusschen de opvallende lichtstraal en de richting, waarin men deze wil terugkaatsen, midden door deelt. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de parabolische [spiegels der zoeklichten.

Niet al het licht, dat op den spiegel valt, wordt gereflecteerd. Een gedeelte wordt door den spiegel geabsorbeerd en gaat dus verloren. Bij iedere reflectie wordt de lichtstroom dus kleiner en wel R maal. R stelt dan het reflectievermogen van den spiegel voor. Dit is in het algemeen verschillend voor licht van verschillende spectrale samenstelling en loopt voor verschillende metalen vrij ver uiteen, zooals blijkt uit tabel XI, waarin voor enkele metalen en glazen spiegels bij verschillende golflengten het reflectievermogen is aangegeven.

V.U.B.-IV. 8

Sluiten