Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de lichtverdeeling er meer uit gaat zien zooals in fig. 48. De lichtsterkte is dan het grootst in de richting, waarin de stralen zouden gaan wanneer de stof spiegelend reflecteerde. Nagenoeg alle overgangen tusschen <kffuse en spiegelende reflectie komen voor.

3. Breking.

Ook met behulp van doorzichtige, het licht brekende voorwerpen, zooals lenzen, prisma's, enz. kan men de lichtverdeeling van eene lichtbron willekeurig wijzigen. Hier geschiedt hetzelfde als bij spiegels: alleen de richting der lichtstralen wordt veranderd. Het licht schijnt uit een ander punt van de ruimte te komen, dan waar de lichtbron zelf zich bevindt. De helderheid is weer ongeveer gelijk aan die van de lichtbron zelf.

4. Diffuse doorlating.

Ten slotte maakt men nog vaak gebruik van stoffen, zooals melkglas, opaalglas, enz., die het licht doorlaten, doch het daarbij tevens diffuus maken. Hierbij treedt iets dergelijks op als bij de diffuse reflectie. Het licht, dat uit de diffuus

makende stof uittreedt, gaat naar alle richtingen (fig. 49a) en schijnt van het vlak zelf uit te gaan.

Van den opvallenden lichtstroom wordt in het algemeen weer een breukdeel D doorgelaten, de rest wordt teruggekaatst of geabsorbeerd.

Sluiten