Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men den lichtstroom, die door 1 M2. van dat oppervlak gaat. Is deze 1 lumen, dan bedraagt de verlichting 1 lux. Een vlak krijgt dus bijv. eene verlichting van 1 lux, wanneer het zich op een afstand van 1 meter van eene lichtbron van 1 kaars loodrecht op de richting der lichtstralen bevindt (verg. blz. 31). Daarom noemt men de lux ook wel eens eene meterkaars.

Bedraagt de lichtsterkte van eene lichtbron in eene bepaalde richting I kaarsen, dan is de verlichting van een vlak loodrecht op de richting der lichtstralen op r meter afstand van de lichtbron «-** lux. Wanneer de loodlijn op het vlak rz

een hoek « met de richting der lichtstralen maakt,

dan wordt de verlichting cos « lux.

f

De verlichting is dus eene maat voor den opvaïlenden lichtstroom..

Wordt meer dan eene lichtbron gebruikt, dan is de totale verlichting gelijk aan de som van de verlichtingen, die elke lichtbron apart zou geven. Men kan dus, wanneer de verdeeling der lichtpunten gegeven is, de verlichting punt voor punt berekenen. Omgekeerd kan men, wanneer eene bepaalde verlichting gewenscht wordt, nagaan op welke wijze men deze het best kan bereiken.

Laten wij bijvoorbeeld eens aannemen, dat wij met behulp van eene enkele lamp eene tafel van ongeveer twee meter lengte gelijkmatig willen

Sluiten