Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

belichten. Hoe moet dan de lichtverdeeling van

de lamp zijn ? De lamp moge boven het midden

der tafel op 1 meter hoogte hangen.

De verlichting van een oppervlakte-element —

J J J cos3« -

-^7, cos « =■ h — —rir—• Zal deze overal H" H hi

dezelfde zijn, dan moet dus I omgekeerd evenredig met cos3« zijn; de lichtverdeelingkromme

moet zóó zijn als in fig. 50 geteekend. Men moet den reflector zoo construeeren, dat hij de lichtver-

Fig- 5°- deeling van de lamp zoo¬

danig vervormt, dat men eene dergelijke kromme verkrijgt.

Op analoge wijze kan men voor elk geval de meest geschikte lichtverdeeling uitzoeken.

Wij moeten hierbij piet uit het oog verliezen, dat men eene bepaalde verlichting op een groot aantal manieren kan bereiken. In het bovengenoemde geval bijv. met ééne lamp midden boven de tafel of met ééne lamp links en ééne rechts, of door indirecte verlichting, waarbij men het licht der lampen tegen het plafond werpt, zoodat alleen het teruggekaatste licht op de tafel valt.

In al deze gevallen moge de verlichting even sterk zijn, het effect is geheel verschillend. In het eerste geval bijv. zullen alle voorwerpen schaduwen geven, die van de lichtbron uitgaan. In het tweede geval krijgt men dubbele schaduwen

Sluiten