Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iqqq kaars per cM2., zooals dat bij kunsdicht

ongeveer het geval is, dan zien wij dat ieder vlak met grooter helderheid dan 0,8 kaarsen per cM2. verblindend werkt en ons dus onaangenaam zal aandoen.

De helderheid van de gloeidraden der lampen ligt echter tusschen 100 en 1000 kaarsen per cM2., zoodat men er steeds voor moet zorgen, dat de gloeidraden of spiegelbeelden er van, voor ons oog verborgen blijven, bijv. door een kapje of iets dergelijks. Eene verbetering krijgt men reeds door het matteeren der lampen. De helderheid blijft daarbij echter meestal nog te groot, hoewel men haar tot enkele percenten van de oorspronkelijke waarde terug kan brengen. Het lichtverlies bij het matteeren is gering. Het bedraagt meestal niet meer dan 6—7% voor geheel en 2—3% voor half gematteerde lampen.

Uit de figuur zien wij nog, dat helderheden grooter dan ongeveer 10 kaarsen van één cM2. onder alle omstandigheden verblinden. Verder is het duidelijk, dat helderheden, die overdag in het geheel niet onaangenaam aandoen, 's avonds zeer hinderlijk kunnen zijn. Overdag toch, bij eene gemiddelde helderheid van ongeveer 0.1 kaars/cM2., werkt eene helderheid grooter dan 3 kaarsen/cM2. eerst storend, des nachts, bij 10—8 kaarsen/cM2., verblindt ons echter reeds 0.02 kaarsen/cM2.

Wij willen nu nagaan, wat er feitelijk gebeurt,

Sluiten