Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wanneer een voorwerp met te groote helderheid binnen het gezichtsveld valt. Ons oog zal probeeren zich zoo in te stellen, dat het hiervan geen hinder ondervindt. Dit geschiedt in eerste instantie door het verkleinen van de iris, waardoor minder licht in het oog valt.

Deze contractie geschiedt snel en dient dan, ook hoofdzakelijk om het oog tegen te plotselinge of te sterke variaties te beschermen, Belangrijker is het adaptatievermogen, dat waarschijnlijk te danken is aan veranderingen, die onder den invloed van het licht in het netvlies plaatsgrijpen en die tengevolge hebben, dat ons oog zich aanpast aan eene grootere of kleinere verlichting. Voor deze aanpassing is echter eenige tijd noodig en zoolang ons oog zich nog niet aan den nieuwen toestand heeft aangepast, zien wij maar slecht, zijn wij verblind. Denken wij ons nu in een of ander vertrek een voorwerp met groote helderheid geplaatst. Telkens wanneer dit binnen onzen gezichtskring valt, zal ons oog probeeren zich aan die grootere helderheid aan te passen, om, zoodra het buiten het gezichtsveld valt, weer in den ouden toestand terug te keeren. Dit voortdurend aanpassen aan eene andere helderheid werkt nu sterk vermoeiend. Men moet er dus voor zorgen, dat dit niet noodig is, en dat is meest gemakkelijk te bereiken.

Even vermoeiend werkt ook de aanwezigheid van te weinig verlichte voorwerpen. Ieder weet,

Sluiten