Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verlicht voorwerp heeft gekeken. Deze waarde vindt men in fig. 53 voorgesteld. Bij eene heiderderheid van qq kaars van één cM2., moet men

zorgen, dat geen voorwerpen met kleiner helheid dan 1% van dit bedrag voorkomen.

Men moet dus sterker helderheidscontrasten dan 100:1 in alle gevallen vermijden.

Beter is het echter te zorgen, dat de contrasten 50 of 20 tot 1 niet te boven gaan. Aan den anderen kant moet men zich er ook voor hoeden, de verlichting te contrastloos te maken. Daardoor wordt alles te egaal, de frischheid gaat verloren. Ook moet men niet vergeten, dat een groot gedeelte van het zien juist op de werking der contrasten neerkomt. Denken wij bijv. eens aan geslepen kristal, waar het flonkeren juist door de reflectie van hchtbundels van groote helderheid ontstaan, in een vertrek met contrasdooze verlichting. Alles wat wij er mooi aan vinden, zou dan verloren zijn gegaan, het zou een doodschen indruk maken.

De moeilijkheid van het verhchtingsprobleem is nu juist, dat men met allerlei dergelijke kwesties rekening moet houden.

De verlichtingsingenieur moet daarom, evenals de architect, een man van smaak zijn, wiens aangeboren talent hem, om zoo te zeggen automatisch, over dergelijke moeilijkheden heen helpt

6. De kleur van het licht.

Naast de hoeveelheid licht is de spectrale sa-

Sluiten