Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorwerpen met te groote, noch zulke met te kleine helderheid binnen het gezichtsveld vallen. De contrasten mogen niet te groot, doch ook niet te klein zijn.

3e Het licht mag niet nikkeren.

4e De verlichting moet zoodanig zijn, dat de schaduwen of de lichte plekken niet hinderlijk zijn en ons niet onaangenaam aandoen.

De twee eerste punten hebben wij reeds uitvoerig besproken. Over het derde kunnen wij kort zijn.

Hinderlijk flikkeren komt alleen bij booglampen voor, waarvan het reguleermechanisme niet goed werkt. Bij gloeilampen komt flikkeren over het algemeen alleen dan voor, wanneer zij op wisselstroom van lage frequentie branden, bijv. bij een wisselstroom van 15 perioden, zooals die bij electrische spoorwegen gebruikelijk is. Ook bij lampjes met zeer dunnen draad kan het flikkeren soms hinderlijk zijn.

Het laatste punt is van meer belang en inderdaad wordt de keuze van het verlichtingssysteem voor een groot deel door het al of niet hinderlijke der schaduwen bepaald.

Men onderscheidt in hoofdzaak drie verschillende verlichtingssystemen, het zoogenaamde directe, het half indirecte en het indirecte.

In het eerste geval valt het licht der lampen

Sluiten