Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

^ Van fundamenteel belang voor de fotometrie van lichtbronnen, die verschillend gekleurd licht uitzenden, zijn de onderzoekingen van H. E. Ives, Phil. Mag. (24) p. 149, 352, 744, 845 en 853, 1912, waarin hij nagaat, onder welke omstandigheden de verschillende methoden om licht van verschillende kleur te vergelijken, juiste resultaten opleveren. Verder H. E. Ives en E. F. Kingsbury, Trans. 111. Eng. Soc. (10), 203, 1915, waarin eene methode wordt aangegeven om gemaklijk personen uit te zoeken, wier oogen de normale gevoeligheid voor licht van verschillende kleuren bezitten. (Zie hierover ook: E. C.» Crittenden en F. K. Richtmyer, Buil. Bur. of Stand. (14), 87, 1918.) Van Ives stamt ook het meest uitvoerige onderzoek over de mogelijkheid om bij het fotometreeren het oog door physische instrumenten te vervangen. Zie bijv. H. E. Ives: „The photometric scale", Journ. of the Franklin Inst. Aug. 1919, p. 217, waar naar de voorafgaande onderzoekingen wordt verwezen.

De metingen over de gevoeligheid van het oog van W. W. Coblentz en W. B. Emerson vindt men in Buil. Bur. of Stand. (14) 167, 1918. De hier gebruikte waarde van het mechanisch aequivalent van het licht werd door schrijver in samenwerking met den heer J. Scharp de Visser bepaald «(Versl. Kon. Ak. v. Wet. (20) Sept. 1917).

In het laatst geciteerde artikel van Ives vindt men nog een voorstel voor eene rationeele een-

Sluiten