Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„slaafachtige denkbeelden dei Spanjaarden; met een volk „jaloersch, sterk staande op hunne verkregen en dubbel verdiende voorrechten en vrijheden en op die welke hun van „nature toekomen en eigen zijn; met een volk, waarvan men „met zachtheid alles, met strafheid niets kan verkrijgen".

Over het algemeen waren toen dus de volksverschillen veel minder scherp afgeteekend. Maar de verwijdering zou spoedig grooter worden, toen de Nederlanders den kamp moesten aanvaarden tegen de anti-nationale regeering te Madrid. Daarmede wordt voor de historische betrekkingen tusschen Nederland en Duitschland een nieuw tijdperk geopend. Een tijdperk waarin de Nederlanders door een Duitsch vorstengeslacht de reeks geniale of talentvolle Staatslieden en veldheeren verkregen, zonder wie de opstand in den beginne in een jammerlijke massa-moord en stedenvernieling zonder bereiking van het doel ware verloopen. De grooten des lands speelden hierbij een ondergeschikte rol. Hun leiding had weinig te beteekenen. „Nederland is te gronde gericht door de lafheid en het onverstand der grooten". (Languet). Languet bedoelt daarmede ook Oranje en Egmond (Fruin. Het voorstel van den tachtigjarigen oorlog. V. G. I. 449 noot 3). De uitkomst heeft, wat Oranje betreft, het tegendeel bewezen.

Aan Duitsche krijgsliedenhulp ontbrak het niet. Feitelijk is het zelfs waar dat de oorlog voor het grootste deel met vreemde huursoldaten is gevoerd. Voor beide partijen — ook voor Alva — was Duitschland toen de soldatenmarkt. Die Duitsche soldaten vochten slechts voor de soldij. En daarom kon hunne hulp ethisch niet hoog worden aangeslagen. Anders staat het met de hulp door de Duitsche Protestantsche Vorsten aan de Nederlanders bewezen. Ook in dit opzicht had Fresnedo goed gezien, toen hij er in den genoemden kabinetsraad op wees dat, bij het verwekken van troebelen, aan het nabije Duitschland voor het verleenen van hulp aan de in opstand komende Nederlanders (wat hij verwachtte) moest gedacht worden.

In Duitschland erkende men het recht van Oranje om als Duitsche Rijksvorst de wapenen tegen den Koning van Spanje 325

Sluiten