Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toen gestaan hebben, indien in Duitschland de centrale regeerkracht had gehe erscht.die het eerst anderhalve eeuw later zou krijgen en die Frankrijk toen reeds bezat.

Niet altijd evenwel was de verhouding tusschen de Republiek en de Duitsche landen zoo innig, Na den vrede van Nymwegen (1678) had Brandenburg — ontevreden op de Republiek omdat de Brandenburgsche belangen niet naar zijn wensch waren — haar in het oog gehouden. Maar de inmenging van Straatsburg in vollen vrede en de herroeping van het Edict van Nantes (1685) bracht de gedachte aan Brandenburg's stelling in Duitschland als machtigste protestantsche staat op den voorgrond. De Groote Keurvorst had bovendien krachtige protestantsche gevoelens. Daarom was het natuurlijk dat Brandenburg in den grooten verbondsoorlog van 1688— 1697 de zijde van Willem III koos. Wurtemberg, Hannover, Hessen, Brunswijk—Lunenburg, Saksen en andere Duitsche landen kozen toen dat voorbeeld. Een algemeene wapening der Duitsche Rijksvorsten was ten slotte het gevolg van de oorlogsverklaring van Lodewijk XIV aan keizer en paus.

Tot den vrede van Rijswijk bleef dat verbond bestaan. Inmiddels was het koninkrijk Pruisen gesticht (1701). De kern zou het vormen van den machtigen Pruisischen staat, waarvan de grondslagen door Frederik den Groote voorgoed zouden worden gelegd; terwijl de Nederlanden, door het verwaarloozen van leger en vloot zeer snel afdaalden van het eenmaal ingenomen standpunt. Ook de eeuw, die nu volgde, was een eeuw van oorlogen. Zij eindigde in den knal van de Fransche revolutie. In die eeuw werd, voorzoover er nog van verband sprake kon zijn, met Duitschland feitelijk gebroken. Wij vestigden den blik beurtelings op Frankrijk en Engeland. Wat in en met Duitschland geschiedde liet ons koud. Alleen wij bezorgden het geld. Leeningen waren hier altijd te sluiten. Wij leenden. Gedurende den 7-jarigen oorlog (1756—1763) kwamen hier — evenals thans — schatten binnen. Met het Duitsche Rijk behoefden wij ons in het geheel niet meer te bemoeien. Vermolmder staatswezen be-

Sluiten