Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Siberië overhuisde, dat hij bij aankomst aldaar door iemand van de koloniale commissie in ontvangst en onder bescherming werd genomen. Er werd een groot centraal-bestuur te Omsk voor de aankomelingen gevestigd, en de toegangswegen naar het nieuwe gebied vooraf gereed gemaakt. De regeering gaf op billijke voorwaarden voorschotten voor den aanleg der dorpen, voor woningenbouw, voor gereedschappen en trekvee, bij het bedrijf behoorende. Er werd eene zeer groote prijsvermindering op hel spoorwegverkeer toegestaan, vrachtgoederen, huisraad en gereedschappen haast gratis overgebracht, en vrijdom van belasting voor een paar jaren, opdat de boeren in hunne nieuwe woonplaatsen op hun verhaal zouden komen. Tevens konden deze boeren te allen tijde om raad en daad komen bij de ambtenaren, door de regeering daarvoor aangewezen. Deze ambtenaren zorgden al mede voor de verdeeling der te bebouwen landerijen. Zóó ruim als de kozakken werden de boeren echter niet bedeeld. Zij kregen 12 tot 15 desjatienen akkerland (de kozakken 30), doch geen reservegronden. Maar ze hebben in Siberië toch altijd nog het dubbele of zelfs drievoudige aan bouwgrond van hetgeen ze in Rusland hadden. Jammer is het echter, dat het communaal grondbezit, de mir, behouden moest blijven.

Behalve de kolonisten, die zich bij de regeering als landverhuizers voor Siberië aanmelden, zijn er ook velen, die op eigen risico de reis ondernemen. Dezulken hebben geen recht op ondersteuning, en zelfs geen recht op een stuk bouwgrond. Ze terugzenden, dat gaat echter ook niet. Toen het in de jaren 1909 en 1910 bleek, dat er in de Altai-stéppe niet minder dan 250.000 menschen aanwezig waren, die zich niet hadden laten inschrijven, leverde deze ongecontroleerde hoeveelheid arbeiders geen geringe moeilijkheid. Het einde was, dat men voor ongeveer 200.000 menschen eene plaats vond in het Amoergebied, waar ze in de nabijheid van den nieuw te bouwen Amoerspoorweg akkerland zouden krijgen. Er viel niet veel over te redeneeren: wie niet wilde, werd gedwongen te gaan.

Niet zelden is het ook voorgekomen, dat men een gedeelte * ■ 306

Sluiten