Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan de Denen de eer, dat ze in een korten tijd de Siberische boeren omtrent het melkbedrijf en de boterbereiding op de hoogte gebracht hebben. Binnen 15 jaar is aan dit bedrijf eene ontwikkeling gegeven, die het best door cijfers te illustreeren is. In 1898 voerde Siberië 2.440.000 kilogram boter uit, in 1906 was dit cijfer reeds tot 48.650.000 kilogram geklommen, en in 't jaar 1909 bedroeg het zelfs 140.870.000 kilogram. Thans — dat is in het jaar voor den oorlog, — loopt er iederen dag een trein met koelwagens, die de boter b.v. uit Novo-Nicolajefs aan den Ob, uit West-Siberië dus, naar de Oostzee brengt, vanwaar ze per scheepsgelegenheid verder wordt verzonden.

Reeds nu is het zoover, dat de Siberische boer, vooral die in West-Siberië, het oneindig beter heeft dan de Russische, die vóór de agrarische hervormingen niet zoo heel ver meer van het proletariaat en diepe armoede verwijderd was. De oudste ingezetenen van Siberië, de eerste kolonisten dus, noemen zich „Sibirjakken", en het woord is een eeretitel. Welnu, de boterboer van West-Siberië wordt ook het liefst met dienzelfden naam genoemd. Hij is tot welvaart gekomen. Hij heeft eene eigene plaats in de statistiek van het theeverbruik. Hij gebruikt viermaal zooveel van dezen nationaalRuSsischen drank als zijn collega in Europa. Hij heeft geen schamele hut, zooals de Groot-Russen in eigen land, maar eene fatsoenlijke houten woning.. Hij draagt een helrood katoenen hemd en zijne vrouw bonte rokken. Hij heeft het gevoel, dat hij de meerdere is geworden van zijne stamgenooten in Europeesch Rusland. Hij is nooit lijfeigene geweest. Hij is in taal en uiterlijk nog Groot-Rus, maar hij is het in eene andere wereld. Hij gelooft ook in beschaving gewonnen te hebben. Hij meent zeker, dat hij en zijn land eene toekomst hebben. Hij weet ook, dat Ruslands welvaart voor een groot deel van Siberië's bloei afhangt. Hij gaat er aan denken in zijne woning het portret van Sergius Witte in plaats van dat van Nicolaas II op te hangen! —

Sluiten