Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

provincie, het grensland aan de Japansche zee. De oppervlakte dezer provincie bedraagt ongeveer 580.000 K.M3., dat is 18 maal Nederland, en, herbergt ruim tyj millioen zielen (ruim 360.000 van deze zijn Russen).

Ter zijde van de hierboven aangegeven lijn zijn de steden minder talrijk. Semipalatinsk en Barnaul, de zetel van het voormalige keizerlijke bestuur, mogen ook nog genoemd worden. Tobolsk niet minder, het centraalpunt van het gewichtigste der Westsiberische gebieden. Voor 't overige zijn er nog eene reeks kleinere plaatsen, die hunne toekomst met goede verwachting op een spoedigen bloei te gemoet gaan, als b.v. Blagowatsjtsjenski, ter plaatse, waar de Zeja, in den Amoer valt. Novo-Nicolejefsk, (voor vijftien jaren slechts eenige hutten en nu reeds met 85000 zielen), Nertsjinsk, Kiachta, Krasnojarsk (met zijne domkerk met vergulden koepel, die naar alle windstreken boven de stad uitsteekt). Wie in Siberië rijk wordt en zich voor de landstreek verdienstelijk wil maken, laat eene kerk bouwen. Zoo ontstond de domkerk van Krasnojarsk in 1843—'50, toen de rijke goudmijnen-bezitter Sjitsjegoligof haar bouwen liet en er een half millioen gulden voor over had om haar inwendig te versieren. Andere steden zijn: Jenisseïsk, Bamaul en Tjoemen. Jennisseïsk ligt in de vlakte aan de Jennissej. Het is eene oude stad, die echter den indruk van nieuwheid maakt. De houten huizen zijn slechts lage gebouwen, maar de prachtige kerken trekken zeer de aandacht, evenals de breede straten, die echter voor een deel nog ongeplaveid zijn, zoodat het geheel een dorpsch aanzien heeft. De 12000 inwoners bestaan van den pels- en vischhandel (de Jennissej is evenals alle Siberische rivieren rijk aan visch), van landen mijnbouw in den omtrek der stad. Zij zijn voor een groot deel afstammelingen der Russische kolonisten, der politieke bannelingen en misdadigers, die er hun vonnis volgden. Maar een deel der bevolking noemt als hare voorouders de weleer uit Rusland gevluchte oudgeloovigen, mannen en vrouwen van geloofsovertuiging, die voor die overtuiging wisten te lijden; karaktermenschen. Allen samen genomen heeft men de vlek van den oorsprong uit veroordeelden reeds lang uitgewischt.

Sluiten