Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijn ter 50ste breedtegraad); 6°. in de Ochotkische en Beringzee wordt de visscherij aan Japan toegestaan.

Uit deze vredesvoorwaarden blijkt dit althans zeer duidelijk, dat Rusland in één oorlogsjaar al de voordeden in 't Oosten had ingeboet, die zijne fijne diplomaten in 10 jaren wisten te verwerven. En het had nog aan den invloed van Engeland's koning Eduard VII gelegen (die Ruslands voorspraak was geweest), dat Japan zijn oorspronkelijken eisch: „uitlevering der in onzijdige havens gevluchte Russische oorlogsschepen", had laten vallen.

Wie had dit alles vóór den oorlog kunnen denken? Als men in en buiten Rusland van één ding zeker meende te zijn, dan toch wel van de berekening, dat de macht van het Tsarenrijk verre reikte boven die van Japan. Nu veel zoo heel anders uitgekomen was dan men verwacht had, zou het voor Rusland zaak zijn, alles aan te wenden om zijne kracht te versterken, ten einde ook de moreele nederlaag te doen vergeten, welke het in het Oosten niet had kunnen keeren. Het moest er met name ook op bedacht zijn, dat de Oostelijke grenslanden van Siberië, het Amoer- en Oessoeri-gebied, in staat van verweer gesteld dienden te worden, wilden ze voor de toekomst naar behooren verzekerd Russisch gebied blijven.

Dat men in Rusland zich groot hield, is te begrijpen. Iswolski, de Minister van Buitenlandsche Zaken, in zijne rede van 11 Maart 1905 voor de Doema, verklaarde „dat Rusland bij den vrede van Portsmouth niets had ingeboet van hetgeen zijn historische erfgrond was geweest, maar slechts datgene had teruggegeven, wat in werkelijkheid reeds lang aan Japan toekwam, zooals Sachalin, of wat de vrucht was van ondernemingen, die met de feitekjke krachten van Rusland niet vereenigbaar zijn, zooals de uitbreiding van het Tsarenrijk naar 't zuidelijk gedeelte van Mandsjoerije en het schiereiland Kwantoeng". En hij besloot met de woorden: „nog steeds is de heldenmoed van den Russischen soldaat onaangetast en de eenheid van het Russische rijk in zijne volle beteekenis gehandhaafd".

Alles wel mogelijk, is men geneigd op Iswolki's woorden

Sluiten