Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn fortuinzoekers gekomen. Hoe meer men naar het Westen gaat, hoe meer dergelijke lieden men ontmoet. Ook onrustige elementen en misdadige elementen weken naar dat Westen uit. Vooral in den tijd der goudzoekerij (+ 1848) kwamen de nadeelen daarvan uit. De toestanden zijn echter sinds zeer veel verbeterd. Laboulaye, de schrijver van het veel geprezen, maar ook veel gelaakte: „Paris en Amérique" teekent den cultuurtoestand van de bevolking der V. S. aldus uit : „Een nieuw Rijk, maar een oud volk". Het nieuwe Rijk staat dan voornamelijk op de Westelijke helft, waar de prairiën eindeloos zijn. Vroeger zijn van het leven in die prairiën lofredenaars opgestaan. „Het vrije leven in de vrije vlakte" trok sterk aan. Maar zoo ideaal is dat niet, en is dat niet geweest. Daarvoor kleven dien prairie-bewoners te veel de ondeugden der Oude cultuur aan, die hen veel van hun „heldendom" ontnemen.

In het Westen heerscht veelal den: Devil-may-caregeest. De Californiër vindt bovendien de Amerikanen in het Oosten te veel op hun gemak gesteld; de Chicagoër acht New-York te Europeesch. In de Oostelijke Staten is een sterke neiging naar de Europeesche cultuur waar te nemen. Maar de zuiver Engelsche geest wordt daar niet meer zoo gewaardeerd als vroeger. Ook beklaagt men zich over Parijsche invloeden, vooral wat de vrouwenwereld betreft. In tegenstelling met het Westen, wordt, in het Oosten, in NieuwEngeland vooral, groote waarde gehecht aan de geschiedkundige overleveringen der V. S.

Als algemeen kenmerk kan het Noord-Amerikaansche volk „optimistisch" genoemd worden. Zelfoverschatting komt daaruit bij een jong volk altijd voort. En zelfoverschatting, die in vele opzichten misplaatst is. „De Amerikanen moeten nog veel Ieeren" is een oordeel, dat door deskundigen niet zal worden tegengesproken. In verband hiermede wordt herinnerd aan een beschrijving van het Amerikaansche volk bij het 100-jarig bestaan der onafhankelijkheid *)• In dat boek worden zeer felle aanvallen op de Amerikanen en hunne

:) Die Hundertjahrige Republik, etc. Von John H. Becker, 1876.

Sluiten