Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de jaren der XXe Eeuw, die voorbijgingen, is de Amerikaansche industrie, wat uitvoer betreft geklommen van V* tot de helft van de waarde der Export-rekening. De V. S. hebben dus in industrieel opzicht de kracht van een „moederland" en van koloniën beide. Zonder hunne zwakke zijden!

Alle gegevens wijzen er bovendien op dat voor de V. S. de grens daarmede niet bereikt is. In tegenstelüng met Frankrijk dat rust zoekt in een renteniersbestaan en Engeland dat naar dien toestand op weg is, is die geest om van de behaalde voordeelen een welig bestaan te leiden, in de V. S. nog zeer verre. De zin tot krachtigen arbeid is nog onverzwakt aanwezig.

De V. S. hebben in wereld-economisch opzicht ook daarom een nog grootere toekomst, omdat de beide hoofdfactoren: landbouw en industrie er buitengewoon ontwikkeld zijn, en de voorwaarden tot nog grootere uitbreiding aanwezig. In Amerika is niet, zooals in Engeland, de landbouw opgeofferd aan de industrie. De landbouw is bovendien niet, zooals in Rusland, bij primitieve arbeidsmethoden blijven staan. De V. S. zijn evenals Duitschland landbouw- en industriestaat te samen; zonder evenals Duitschland op het punt te zijn aangekomen, waarop gekozen of gedeeld moet worden. De ontzettende ruimte, waarover de V. S. beschikken, plaatst die vraag nog in een verre toekomst.

Voorloopig is Amerika nog niet opgevuld met menschen. Evenwel gevraagd kan worden of het niet slechts een quaestie van tijd is, dat de omstandigheden ook in de V. S. het landbouwvraagstuk aan de orde zullen stellen. Door buitengewone verspilling van den natuurlijken rijkdom des lands — door roofbouw, b.v. — heeft de bevolking het aanbreken van dat tijdstip verhaast. Massa's verlaten hofsteden en uitgeputte landen, buitengewoon groote oppervlakten verwoest of verbrand bosch bewijzen dat evenzeer, als de verbleekte beenderen van uitgeroeide buffelkudden in de prairie.

De Regeering is echter daarop opmerkzaam gemaakt en neemt energieke maatregelen. Het „Congress for conservation of natural ressources" (1908) heeft in dat opzicht goede

Sluiten