Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die richting voort te gaan. Maar het Zuiden wilde er niet van weten. Vandaar is de wetgeving een hinken op twee gedachten. Tijdens den oorlog van 1861 —1864, had het Noorden een buitengewone verhooging van het tarief ingevoerd. Die verhooging was evenwel slechts fiscaal bedoeld. Na den oorlog wilden de industrieelen die bescherming behouden. De Republikeinsche partij nam toen onder haar leuzen ook een hoog beschermend tarief op. De Democraten waren voor het meerendeel ook van dat gevoelen — maar in het belang der arbeiders. Alleen de Democraten in het Zuiden en Westen waren vóór tariefverlaging. Hun middelen van bestaan vonden zij daar in den landbouw. In 1887 hakte Cleveland de knoop door. Hij wilde verlaging van het tarief, wat in 1888 voor een deel ook gelukte. Met zijn aanval op de „silvermen" had hij geen succes. In den verkiezingsstrijd behaalden ten slotte de Republikeinen het veld. Mac Kinley teekende het besluit, waarbij de bescherming aanzienlijk werd verhoogd (1890). Tevens werd door de Sherman-act den zilvermannen groote concessies gedaan. In hoofdzaak was het Mac Kinley-tarief gericht tegen Europeesche concurrentie. Vooral Engeland heeft daarvan de gevolgen ondervonden.

Zoo was dus de stand van de inwendige politiek der V. S. toen het imperialisme zijn intocht deed en de politieke partijen te doen kregen met vraagstukken van internationale politiek, waarbij de inwendige geschillen eenigszins op den achtergrond traden.

De toekomst zal echter moeten leeren of bij de expansie der V. S. niet grootere centralisatie noodig zal blijken en of het dan niet noodig wordt zeer veel zaken van publieken aard, die elke „staat" thans zelf oplost, te brengen onder de Unie-wetgeving. Dat bleek reeds o.a. bij de Califomische schoolverordening tegen de Japanners.

De V. S. wereldmogendheid. In het tijdperk van het industrialisme heeft het in Europa niet aan Staatslieden ontbroken, die met klimmende onrust

Sluiten