Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Philippijnen — ovei anderen voeren zij een protectoraat uit: over St. Domingo en Nicaragua, of dreigen het te zullen voeren: Mexico. Maar de V. S. onderscheiden zich toch b.v. van Engeland^ daar dekoloniën niet bepaald uit de bestaansbehoeften werden veroverd. Wat Engeland b.v. in andere werelddeelen zoeft," lieert" de Noord-Amerikaansche Republiek reeds in haar eigen werelddeel. Op het continent van Noord- en Zuid-Amerika bestaat reeds een „natuurlijk koloniaal Rijk" voor de V. S.

De Amerikaansche expansie is behalve waar het de belangen van zijn handel op China betreft dan ook op te vatten als een lïëwijs dat een lust tot macht uitoefenen er in hoofdzaak de grondslag van w. Dat^aev. S. daarbij te gelijkertijd luide verkondigen voorstanders te zijn van den vrede en van de vrijheid van anderen, geeft aanleiding aan huichelarij te denken. Toch behoeft dit niet per se het geval te zijn. De geschiedenis der volken geeft dikwijls eene dergelijke, onbewuste, tegenstrijdigheid te zien. De Monroeleer is een spiegel geworden, waarin het volk der V. ST zijn beteekenis en zijn „wereldhistorische" opdracht ziet. De Mónroë-döcfrinë "ïs~ niet een macht op zich zelf! De voorwaarden tot machtsontwikkeling, die aanwezig waren, schiepen de Monroe-doctrine en hare verscherpingen.

De historicus, die later de geschiedenis der V. S. in dit tijdperk zal hebben te beschrijven, zal dan ook gewag moeten maken van een verandering van de Amerikaansche denkbeelden, — van een ommekeer — ten opzichte van militairisme en van buitenlandsche politiek. Eenmaal begonnen zich naar buiten te doen gelden, moest ook door de V. S. het oude vrijheidsdenkbeeld, ook omtrent de vrijheid van anderen, worden verlaten en moesten sommige euvelen der oude wereld, voorheen door de voorouders der Amerikanen in Amerika ontvlucht, ook in Amerika weer ingevoerd worden.

Bovendien nadat de V. S. vrijwillig hun isolement hebben opgegeven, moeten zij ook op afweer bedacht zijn en een gedeelte van de opbrengst van hun economischen arbeid voor verdedigingsmiddelen — leger en vloot — bestemmen.

Sluiten