Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leden" verkondigd, kan controleeren, Ken, die zij' meent, dat de dwaling in haar boezem verspreiden, kan aanhouden en in sommige gevallen^ waarover zij rechter is,, tot geesteljike of tüdeliike straffen haar toevlucht kan nemen. Voor de verbeelding van hen, die behebt zijn met de vooroordeelen van hiel rondsluipende rationalisme, verrijst bij iedere gelegenheid het spook van de Inquisitie. Galilei moet een van haar edelste slachtoffers en der meest onrechtvaardig behandelden geweest zijn; dit is voldoende, opdat de naam van dezen geleerde een hatelijke en onredelijke vervolging aanduide.

Ten tweede, het is een onbetwistbaar feit, dat, sedert de Renaissance, vele geesten zich aan de toch zeer redelijke leiding van het geloof onttrokken hebben, dat zij hun autonomie luide prediken en aanspraak maken op het recht om vrij over alles te oordeelen en te denken.

Als gevolg hiervan wordt het leergezag der Kerk al minder en minder begrepen en aangenomen en men verwerpt a priori haar uitspraken niet alleen omtrent de wezenlijke punten van het dogma, maar nog meer omtrent de vraagstukken van philoso phie of van wetenschap, welke met het dogma samenhangen. De beslissingen van dit gezag in de kwestie van Galilei moeten dus zeer onjuist beoordeeld worden, omdat men zich niet op het ware gezichtspunt plaatst en deze uitgekreten beslagname van de Kerk op de wetenschap blijft voor velen een steen des aanstoots en der ergernis.

Ten slotte, wij vreezen niet het te zeggen, dat menschen, die volkomen op de hoogte van de geschiedenis zijn, er vermaak in scheppen üit haat tegen de Kerk om telkens honderdmaal wederlëgde lasteringen weer voor den dag te halen. Zij rekenen er op, dat er wel iets van blijft hangen, en zij vergissen zich niet. In de zaak van Galilei is werkelijk een dwaling begaan, hoewei zij zeer verklaarbaar en menschelijk is, en wel door hooggeplaatste geestelijken; deze fout nu wordt geëxploiteerd, met vermaak vergroot; men maakt er, ten spijt van de meest elementaire eerlijkheid, een schrikbeeld van. *) *>

150 'i-^'^3' Dictionnaire Apologitiqut de la Fot Caiholiqut, VII, p.

Sluiten