Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van copernicus, had nochtans de voorzorg genomen er een inleiding bij te voeren, waarin hij het liet voorkomen, alsof de gewraakte theorie slechts als hypothese was voorgesteld, niet als een wetenschappelijke waarheid, om de studie der astronomie gemakkelijker en de verklaring der hemelverschijnselen duidelijker te maken. Onder de vlag van deze uidegging was het boek van copernicus de wereld doorgegaan zonder dat het de gevoeligheid der aanhangers van aristoteles al te zeer prikkelde. In 1620 verscheen te Rome een „monitum", waarbij toegestaan werd, dat men het stelsel van copernicus gebruikte als een wiskundige hypothese, welke de berekeningen veel gemakkelijker maakt, i) Toch schrijft galilei zelf: „Al heeft copernicus bij sommigen een onsterfelijke glorie verworven, toch is hij bij den grooten hoop slechts een voorwerp van bespotting en verachting."

Ofschoon de vaders der H. Congregatie van den Index I gemeend hebben, dat de schriften van den voortreffelijke / ftèrrekundige NicolauS copernicus over de bewegingen der wereld geheel moesten verboden worden, omdat hij (wat in een Christen volstrekt niet geduld mag worden) de met de H Schrift en hare ware en katholieke verklaring strijdende stelling van de plaatsing en beweging der aarde ^ietJ, eene hypothese (wetenschappelijke onderstelling) behandelt, maar als eene uitgemaakte waarheid voorstelt: zoo hebben zij echter, omdat er zeer vele nuttige zaken voor het algemeen belang in vervat zijft, éénstemmig besloten, dat de tot op dezen dag credrukte werken van copernicus moeten veroorlooicl worden, nadat echter, volgens de hierbij gevoeglde verbetering, die plaatsen verbeterd zijn, waarin hij niet hypothetisch, maar assertorisch over de plaatsing en beweging der aarde spreekt.

Dit Monitum ad Copernici lectorem der Congregatie van den Index van den 15 Mei 1620 is van het hoogste belang, ten einde den juisten zin van GALlLEl's veroordeeling te leeren kennen. Ook dit stuk der Congregatie was alleen onderteekend door den secretaris, zonder eenige goedkeuring of bevestiging van den Paus.

Noch Nicolaas van Cusa noch copernicus werden door de Kerkelijke overheid bemoeilijkt, integendeel met eerbewijzen

(!) Revue des Questtons iéienttfiqaps, Juli 1877, p. 13& (2) Le Opere, VI, p. 41.

Sluiten