Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overladen. De reden is deze: Zij stelden hun gevoelens niet als een uitgemaakte zaak maar als een hypothese voor.

Zoodanig was de stand der sterrekundige wetenschap bij het optreden van Galilei.

„De kennis van de wondervolle bouworde des heelals is tegenwoordig zoo algemeen verspreid, dat iedereen, al begluurt hij ook met zijn telescoop den prachtigen sterrenhemel niet, er ten minste een eenigermate juiste voorstelling van heeft. Deze algemeen verspreide kennis van de inrichting der schepping is ongetwijfeld de voorname reden, waarom zoovelen bij de gedachte, dat Galileï eens veroordeeld werd, omdat hij deze leer verkondigde, terstond de schouders ophalen over de duisternis dier tijden en niets dan afkeer en smaad over hebben voor de rechters, welke dit vonnis durfden uitspreken, want in onze verlichte eeuw is veler kennis zeer oppervlakkig. Hoe weinigen kennen de ontzettende inspanningen, die er vereischt werden om de eenvoudigste wetten der natuur op te sporen en de menigvuldige dwalingen, waarmede iedere wetenschap eeuwen lang moest worstelen, eer zij een zuiver begrip had verkregen van, die zaken, welke thans zoo afdoende bewezen en zoo gemakkelijk te verklaren zijn. Ook de astronomie deelde in dit harde lot. „De waarheden, die zij achterhaald had", zëgt LapLACE, „waren dikwijls vermengd met dwalingen, die eerst door den tijd, de waarneming en den vooruitgang der hulpwetenschappen begrepen en verdwenen zijn". (Laplace, Exposition au système dit monde, V, p. 145). Wij mogen derhalve bij de beoordeeling van Galilei en zijn rechters de kennis van onzen tijd niet toeschrijven aan de eeuw, waarin zij leefden. Dit deden echter de meesten, die zijne geschiedenis dienstbaar poogden te maken aan de verguizing der Katholieke Kerk en om haar als een dwingelandes en vijandin der wetenschap voor te stellen ...

Niets is hardnekkiger dan de tegenstand, dien eene sinds eeuwen in volk en taal gevestigde meening biedt tegen een niéuw gevoelen, dat haar wil verdringen. Dit begreep ook copernicus. Hij voorzag, hoe velen zijn verklaring voor bespottelijk en ongerijmd zouden houden en kon daarom, hoe fier hij ook was op zijn ontdekking, alleen door de dringende uitnoodiging van verschillende geleerde en uitstekende mannen tot hare openbaarmaking besluiten... * 1

copernicus bad zich het noodlot zijner nieuwe meening niet te zwart voorgesteld. Wel verklaarden zich in de 16e eteuw eenige geleerden voor zijn gevoelen, zooals RhetiCUS. Rothmannus, Lansberge en vooral de ongelukkige Keppler, maar naast die enkelen stonden dichte drommen van vijanden, die het vol afkeer verachtten en met smaadredenen verwierpen.

„Het ware wereldsysteem", zegt Libri, „was op het einde der 16e eeuw zoo impopulair, dat men in Duitschland den onsterfelijken CoperniCUS in kluchtspelen opvoerde om hem de rol van hansworst te laten vervullen." (Carové, Gatileo

Sluiten